Wat betekenen al die hypotheek termen nou?

vraagteken_thumbDoor alle informatie over hypotheken die op u afkomt, ziet u soms door de bomen het bos niet meer. Met behulp van deze verklarende begrippenlijst probeer ik wat duidelijk te creëren.

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek betaalt u maandelijks geen aflossing, maar alleen rente. U betaalt de hypotheekschuld aan het eind van de looptijd in een keer af.

Annuïteitenhypotheek

Bij een annuiteitenhypotheek heeft u elke maand zowel rentelasten als aflossingslasten. U betaalt iedere maand bruto dezelfde woonlasten, maar veranderingen in de hypotheekrente kunnen dit bedrag doen wijzigen.

Boetevrij aflossen

U mag jaarlijks een bepaald bedrag op uw hypotheekschuld aflossen, zonder dat hiervoor een boete in rekening wordt gebracht. Dit wordt boetevrij aflossen genoemd en de hoogte van het bedrag verschilt per hypotheekaanbieder.

Bruto maandlasten

Het bedrag dat u maandelijks van uw rekening ziet verdwijnen, ten gunste van uw hypotheekverstrekker of uw verzekeraar. Dit bedrag bestaat uit de hypotheekrente, en daarbovenop eventueel premie voor een levensverzekering of een inleg voor een beleggingsprodukt.

Consumptief lenen

Het aangaan van een geldlening om meer bestedingsruimte te hebben in het dagelijks leven. Motivaties hiervoor kunnen zijn bijvoorbeeld een verbouwing, nieuwe auto, boot of caravan. De schuld valt in Box III en is niet aftrekbaar.

Courtage

Dit is de commissie die de makelaar ontvangt. Deze verschilt vanzelfsprekend per aanbieder, het is raadzaam om tarieven te vergelijken.

Dagrente

Dit is de actuele rente die geldt voor een nieuwe hypotheek of voor de verlenging van een bestaande hypotheek. Deze bestaande hypotheek moet dan wel een rentevaste periode hebben.

Effectenhypotheek

Hypotheek met een effectenportefeuille, welke zorgt voor de vermogensopbouw.Dit is een enigszins risicovolle hypotheek; na de looptijd betaalt u het geheel of een gedeelte van uw hypotheek af met de opbrengst van de effectenportefeuille.

Eigen woningforfait

Het bedrag dat bezitters van een eigen woning moeten optellen bij hun belastbare inkomen. Over dit bedrag moet inkomstenbelasting worden betaald. (ook wel huurwaardeforfait genoemnd)

Executiewaarde

Dit is de geschatte waarde van een woning, mocht deze gedwongen verkocht worden.

Fiscale voordelen

Door bepaalde aftrekposten zoals de hypotheekrente, wordt uw belastbare inkomen lager en hoeft u dus minder belasting te betalen.

Geregistreerd partnerschap

Een vorm van samenleven die bij de wet is geregistreerd en als zodanig aanvaard. Tegenwoordig is het aangaan van een geregistreerd partnerschap in praktijk bijna hetzelfde als getrouwd zijn; er zijn nauwelijks verschillen te benoemen.

Heffingskorting

De vaste korting die iedereen krijgt op de te betalen belasting. Hier bovenop komen nog extra kortingen zoals de ouderenkorting en de kinderkorting.

Hypothecaire lening

Een lening met een onroerende zaak (een woning of een gebouw) als onderpand.

Hypotheek

Zie hypothecaire lening.

Hypotheekgever

Dit is de eigenaar van de onroerende zaak. Dit stuk onroerend goed wordt als onderpand gegeven (vandaar hypotheekGEVER) bij het afsluiten van de hypotheek.

Hypotheeknemer

Zie Hypotheekverstrekker.

Hypotheekrente

Dit is de vergoeding die u betaalt aan de hypotheekverstrekker, als vergoeding voor het verstrekken van de hypothecaire lening.

Hypotheekverstrekker

De bank of andere financiele instantie, die u de hypothecaire lening verstrekt.

Inkomensbescherming

Dit is een voorziening die ervoor zorgt dat u een uitkering krijgt op het moment dat u arbeidsongeschikt of werkloos wordt.

Kosten koper (ook wel k.k.)

Alle kosten die de koper betaalt bij de overdracht van het onroerend goed. Dit zijn de kosten voor taxatie, notaris, het afsluiten van de hypotheek,courtage voor de makelaar, en de overdrachtsbelasting.

Krediethypotheek

Een hypotheekvorm die ervoor zorgt dat u met de overwaarde van uw woning een lening kunt afsluiten. Uw woning is het onderpand voor dit krediet, hierdoor (meer zekerheid voor de bank) is de rente relatief laag.

Levenhypotheek

Hypotheekvorm die is gekoppeld aan een levensverzekering. Tijdens de looptijd lost u niets af maar u spaart een bedrag in de vorm van een levensverzekering. Met het gespaarde bedrag lost u aan het einde van de looptijd de hypotheek af.

Lineaire hypotheek

Bij deze hypotheekvorm wordt elke maand een vast bedrag afgelost. De rente die u betaalt wordt steeds lager, aangezien u over een steeds kleiner wordende hypotheekschuld rente betaalt.

Makelaarscourtage

De commissie voor de makelaar (zie Courtage).

Netto maandlasten

Dit zijn de bruto maandlasten minus de terug te ontvangen belasting.

Nominale rente

Dit is het door de hypotheekgever en hypotheekverstrekker overeengekomen rentepercentage. Hierbij worden de bijkomende kosten en betalingsmomenten niet in overweging genomen.

Onroerende Zaak Belasting (OZB)

Dit is de belasting die u aan de gemeente betaalt voor het eigendom en gebruik van uw woning.

Overwaarde

Dit is het verschil tussen de marktwaarde van een pand en de resterende hypotheekschuld.

Plafondrente

Indien er bij een hypotheek sprake is van een variabel rentepercentage, beweegt deze tussen een bepaalde onder- en bovengrens. De bovengrens wordt de plafondrente genoemd.

Premiedepot

Dit is een spaarrekening of beleggingsrekening waarvan de premies van de levensverzekering worden betaald.

Rekenrente

Dit is het vasterentepercentage waarmee de uitkering van een levensverzekering wordt berekend.

Renteopslag

Dit is een opslag bovenop de reeds geldende rente.Dit kan gebeuren bij bijvoorobeeld het afsluiten van een tophypotheek of na afloop van een rentevaste periode.

Spaarhypotheek

Bij deze hypotheekvorm bouwt u tijdens de looptijd kapitaal op in de vorm van een levensverzekering. Met dit gespaarde vermogen kunt u aan het einde van de looptijd de hypotheekschuld aflossen.

Successierechten

Dit is belasting die moet worden betaald over eigendom dat is verkregen door overlijden (een erfenis dus), of door schenking.

Taxatie

Dit is de waardebepaling, die wordt uitgevoerd door een taxateur.

Tophypotheek

Een tophypotheek is een extra hoge hypotheek. Doordat de leensom groter is dan de executiewaarde van het pand, vraagt de hypotheekverstrekker een hogere rente dan bij andere hypotheekvormen.

Vermogensrendementsheffing

Een belasting op de in box III vallende bezittingen, minus de schulden. Dit belastingpercentage bedraagt 1,2%. De waarde van een woning en uw hypotheekschuld vallen hier niet onder, want die behoren tot box I.

Voorbeeldrendement

Dit wordt gebruikt om het eindkapitaal van een levensverzekering of een beleggingsrekening uit te kunnen rekenen. De berekening van een dergelijke rekensom geschiedt volgens bepaalde regels.

Vrije verkoopwaarde

Dit is de waarde van een pand als deze vrij op de markt kan worden verkocht (bij gedwongen verkoop geldt de executiewaarde).

WOZ-waarde

De vrije verkoopwaarde die de gemeente aan een woning toekent, uitgevoerd volgens de wet Waardering Onroerende Zaken.

Reageren

Previous post: Variabel of vaste rente?

Next post: Welke verzekeringen heeft u nodig?